Grévyzebra
Uniek streeppatroon
De strepen van de zebra’s zijn uniek en zijn zoals een vingerafdruk bij de mens. De Grévyzebra’s zijn herkenbaar aan hun witte buik en dikke zwarte streep op hun rug, die loopt van kop tot staart. Zebra’s leven in groep waardoor ze veiliger zijn. Als zebra’s in een kudde langs een roofdier lopen, is het moeilijk om één zebra uit de groep te halen. De strepen van de zebra’s hebben dan namelijk een verwarrend effect. Daarnaast hebben Grévyzebra’s zeer grote ogen, die hen toelaten om bijna volledig rondom zichzelf te zien. Hierdoor kunnen ze gevaar zeer snel opmerken.
Grévyzebra
Wetenschappelijke naam
Equus grevyi
Savanne
De Bellewaerde Savanne is de thuis van de Rothschildgiraffen, helmparelhoenen, Grévyzebra's, ringstaartmaki's en rode vari's. Deze zone is een rustpunt tussen alle sensationele attracties.
Beestige buren
Ontdek onze andere prachtige dieren die je hart sneller doen slaan!
Capibara
Ja hoor, dat heb je goed gezien: de capibara lijkt inderdaad op een flink uit de kluiten gewassen cavia. Het grappige diertje is eigenlijk een knaagdier maar heeft ook wel wat weg van een hond: hij ‘blaft’ namelijk wanneer er gevaar dreigt. Zo waarschuwt hij de rest van de groep. Het geblaf is voor hen het signaal om allemaal samen het water in te duiken.
Doodshoofdaapje
Hun naam is alvast veel enger dan hun uiterlijk. Want eerlijk: deze doodshoofdapen zien er best schattig uit! Ze communiceren op heel wat verschillende manieren. Zo spelen de witte wenkbrauwen een belangrijke rol. Fronst het doodshoofdaapje zijn wenkbrauwen? Dan is hij boos. Spert hij zijn ogen net ver open? Dan dreigt er gevaar.
Amoertijger
De Siberische tijger of amoertijger is een natuurwonder. Het is trouwens de grootste katachtige die er is. Een mannetje kan ruim 2,8 meter lang worden en het dier weegt gemiddeld zo’n 150 tot 250 kg.
Helaas komt deze grote poes bijna niet meer voor in het wild. Zijn natuurlijke leefomgeving is het Verre Oosten, vaak in zeer barre omstandigheden. Hij heeft zich hier ook helemaal aan aangepast, met een dichtere wintervacht, die lichter gekleurd is dan die van andere tijgers. Ook de stevige vetlaag van zo’n 5 cm langs zijn flanken en zijn buik beschermt hem tegen de ijzige wind en temperaturen die soms onder de -40°C duiken.